Terug naar het nieuws overzicht »

​Huisartsen zijn niet tégen borstkankerscreening!

Verschenen op woensdag 09 april 2014, door ACHG

Huisartsen zijn niet tégen borstkankerscreening

09/04/2014 | Patrik Vankrunkelsven, Jan De Lepeleire en Marleen Finoulst In Maguza, het magazine van het UZ Antwerpen, stelt gynaecoloog Wiebren Tjalma dat ze in het UZ Antwerpen weer opmerkelijk meer vergevorderde borstkankers zien bij vrouwen die voor het eerst op consultatie komen. Zondag en maandag werd een versnelling hoger geschakeld: volgens Tjalma laten vrouwen zich minder screenen sinds de waarschuwing van huisartsen dat straling als gevolg van screeningsmammografieën gevaarlijk zouden zijn (DS 7 april)<http://www.standaard.be/cnt/dmf20140406_01057874> . ‘Ze houden vrouwen weg van de screening en ondertussen kan de kanker zich ongestoord ontwikkelen.’

Is er dan een offensief van huisartsen tegen borstkankerscreening? Helemaal niet. In de officiële richtlijnen van en voor huisartsen wordt duidelijk gepleit pro screening. Wat er wel is gebeurd, is dat huisarts en Oxford-onderzoeker Ann Van den Bruel onlangs aangaf dat ze zelf geen borstkankerscreening laat verrichten, omdat ze vindt dat de nadelen niet opwegen tegen de voordelen (DS 22 januari)<http://www.standaard.be/cnt/dmf20140121_00940660> . Die voordelen beschrijft Tjalma in Maguza zelf als volgt: concreet voorkom je één overlijden aan borstkanker door gedurende tien jaar duizend vrouwen te screenen.

Het is haast onmogelijk dat de discussie die daarop gevoerd werd in de media in enkele weken tijd zou geleid hebben tot een toename van het aantal vrouwen met gevorderde borstkanker. Wij keuren af dat met emotionele argumenten en een aanval tegen huisartsen de vrouwen de daver op het lijf wordt gejaagd.

Laten we het bij de feiten houden: borstkankerscreening slaagt erin om borstkanker vroeger te ontdekken en dat leidt tot een beperkte daling van de sterfte door borstkanker. Aan de andere kant is er geen daling van de totale sterfte. Daarnaast zijn er aanzienlijke nadelen. Screening leidt tot overdiagnose en overbehandeling: er zijn 20 procent meer (gedeeltelijke) borstamputaties in de gescreende groep. Een aantal borstkankers die nooit tot problemen zouden hebben geleid, omdat ze niet groeien, wordt door screening ontdekt en weggenomen. Daarnaast wordt een grote groep vrouwen in de gescreende groep, minstens 10 procent, onnodig ongerust gemaakt en ondergaan ze onnodige verdere onderzoeken.

Ook het kenniscentrum stelt dat elke vrouw op basis van correcte informatie voor zichzelf moet beslissen of ze naar haar borsten laat kijken. We moeten met alle artsen nagaan in hoeverre we die genuanceerde boodschap kunnen overbrengen. Op langere termijn moet wetenschappelijk uitgezocht worden of de screening in de huidige vorm het beste is wat we vrouwen kunnen aanbieden.