Hieronder vindt u een lijst met klinische vragen die op hun beurt worden beantwoord volgens de bestBET methodologie aan de hand van de best beschikbare evidentie.

Een bestBET beoogt een antwoord te geven op een specifieke klinische vraag, geformuleerd op basis van het op dit ogenblik best beschikbare bewijs. Omwille van de beperkte beschikbaarheid van wetenschappelijk bewijs voor COVID-19 topics, worden ook studies van lagere kwaliteit gebruikt. BestBETs bevatten geen aanbevelingen. (meer info)


Welke parameters worden best opgevolgd bij het monitoren van patiënten met een matig ernstige COVID-19 infectie? (NIEUW) 

Wat zijn de auscultatie bevindingen bij COVID-19 pneumonie? (NIEUW) 

Wat is het mortaliteitspercentage bij bevestigde COVID-19 patiënten?

Welke klinische tekens en symptomen kunnen helpen bij de risico-inschatting van patiënten met een (vermoeden van) COVID-19-infectie? 

Zijn zelfgemaakte maskers effectief ter preventie van virustransmissie bij COVID-19? 

Heeft telefonische triage door een niet-arts een effect op de werkdruk voor artsen en tevredenheid bij patënten tijdens een pandemie? 

Welke respiratoire bescherming voorziet men bij contact met patiënten die mogelijks besmet zijn met het SARS-Cov2 virus?



Welke parameters worden best opgevolgd bij het monitoren van patiënten met een matig ernstige COVID-19 infectie?

Vitale parameters (koorts, tachypnee, zuurstofsaturatie) en bepaalde labowaarden (CRP, lymfocyten, Il-6, D-dimeren) blijken gecorreleerd te zijn met ernst van infectie en kunnen van prognostische waarde zijn in follow up van patiënten met een Covid-19 infectie. Enige reserve in onze beoordeling is gepast, gezien de uitgebreide risico's op bias en heterogeneïteit. 

Meer info en referenties, vindt u hier.

Wat zijn de auscultatie bevindingen bij COVID-19 pneumonie?

Door de beperkte evidence is het niet mogelijk om een eenduidig antwoord te geven. Aan de hand van de case reports, de case series en de cross-sectionele observationele studie durven we toch voorzichtig twee conclusies trekken. Vooreerst zal een niet te verwaarlozen fractie van de met bewezen COVID-19 infectie negatieve auscultatie bevindingen hebben. Een negatieve auscultatie sluit COVID-19 infectie aldus niet uit. Auscultatoire afwijkingen, maar ook een normale longauscultatie behoort tot de mogelijke bevindingen bij de COVID-19 pneumonie. Ten tweede zal men, naarmate men lager (meer basaal) ausculteert, meer abnormale longgeluiden waarnemen. Dit geldt zowel voor anterieure als posterieure auscultatie. Echter, nieuwe en meer kwalitatieve studies zijn nodig om meer onderbouwde conclusies te vormen. 

Meer info en referenties, vindt u hier.

Wat is het mortaliteitspercentage bij bevestigde COVID-19 patiënten?

Het sterftecijfer bij bevestigde COVID-19-patiënten varieert tussen 0,15% en 12,2% (in het epicentrum, Wuhan). Het sterftecijfer is zeer variabel, omdat het afhangt van de gebruikte berekeningsmethode, de beschikbaarheid van medische zorg en de richtlijnen voor testen op COVID-19. Deze richtlijnen verschillen per land, zelfs onderling tussen steden en veranderen over de tijd. 

Meer info en referenties, vindt u hier.

Welke klinische tekens en symptomen kunnen helpen bij de risico-inschatting van patiënten met een (vermoeden van) COVID-19-infectie?

De meest gemelde symptomen van COVID-19-positieve patiënten zijn: koorts, hoesten, kortademigheid, vermoeidheid en spierpijn. Er zijn geen symptomen die accuraat COVID-19-positieve van COVID-19-negatieve infecties kunnen onderscheiden. Zorgverleners moeten bedacht zijn op COVID-19 bij alle patiënten die deze symptomen vertonen. Kortademigheid en beklemming op de borst kunnen mogelijk wijzen op een gecompliceerd verloop van de COVID-19-infectie. Het is belangrijk op te merken dat deze resultaten zijn gebaseerd op observationele studies met een beperkt bewijskracht.

Meer info en referenties, vindt u hier.

Zijn zelfgemaakte maskers effectief ter preventie van virustransmissie bij COVID-19?

De meeste studies waarschuwen voor het gebruik van stoffen maskers gemaakt van stoffen zoals katoen of een katoen-polyester mix, om de overdracht van virussen te voorkomen, vooral voor zorgverleners. Als N95 maskers of chirurgische maskers niet beschikbaar zijn gedurende een pandemie, kunnen stoffen maskers worden gebruikt bij gebrek aan beter. Deze strategie wordt echter sterk afgeraden voor zorgverleners, die een hoger risico op blootstelling lopen, gezien een stoffen masker onvoldoende bescherming biedt.

Meer info en referenties, vindt u hier.

Heeft telefonische triage door een niet-arts een effect op de werkdruk voor artsen en tevredenheid bij patënten tijdens een pandemie?

Telefonische triage lijkt een veilige, kostenefficiënte en goede werkmethode tijdens een pandemie, maar er is nog onvoldoende evidentie om dit met zekerheid te staven. Bovendien is er weinig evidentie om een bepaalde triage-methode (hetzij door artsen, verpleegkundigen of telefonisten) als algemene standaard aan te nemen. Het aantal hospitalisaties en spoedconsulten is niet significant verschillend op basis van het beschikbare bewijs na de verschillende triage methoden.

Meer info en referenties, vindt u hier.

Welke respiratoire bescherming voorziet men bij contact met patiënten die mogelijks besmet zijn met het SARS-Cov2 virus?

De huidige medische literatuur zou geen superioriteit van de FFP2/N95 maskers t.o.v. de chirurgische maskers aantonen ter preventie van besmetting door influenza-like virussen. Studies naar COVID-19 wijzen in dezelfde richting maar hebben onvoldoende power om zeker te zijn.  

NB: (1) Er dient aandacht te zijn voor de ‘fit’ en correct gebruik van de maskers. In de studies wordt gezien dat er vaak incorrect gebruik van maskers (voornamelijk N95 maskers) voorkomt. Daarnaast zijn ook andere preventieve maatregelen van primordiaal belang. Enkel maskers zonder andere preventieve maatregelen geeft onvoldoende bescherming. (2) Bij omstandigheden met risico op aerosolvorming worden in de studies N95/FFP2 maskers aangeraden.

Meer info en referenties, vindt u hier.

Hoe COVID-19 registreren in het EMD?

Dit document is in overleg met de registratie netwerken Intego, iCARE-data en Domus Medica tot stand gekomen om alle mogelijke gevallen in de eerste lijn te kunnen registreren en zo de pandemie opvolgen. 

Meer info, vindt u hier.


Is er een verband tussen het nemen van ACE-inhibitoren of angiotensine receptor blokkers en mortaliteit door COVID-19?

Op dit moment weten we niet of ACE-I en ARB een positief of negatief effect hebben op het krijgen van een COVID-19 infectie of een gecompliceerd beloop van een COVID-19 infectie. Aangezien zowel ACE-I als ARB niet enkel worden gegeven om de bloeddruk te verlagen maar ook om de nierfunctie te beschermen, lijkt het zeker niet verstandig om deze medicatie nu te stoppen. Professionele organisaties van over de hele wereld roepen ook op om dit niet te doen.
Meer info en referenties, vindt u
hier.

Welke procedure moet er gevolgd worden voor patiënten met een verzwakt immuunsysteem, zonder klachten?

Op basis van de huidige evidentie, dienen patiënten met een verzwakt immuunsysteem niet preventief geïsoleerd te worden. Echter dient men bij het ontstaan van symptomen bij deze populatie extra bedacht te zijn op het ontstaan van complicaties. Tenzij in overleg met hun behandelend arts, dienen deze patiënten hun huidige behandeling verder te zetten.

Hebben patiënten na doormaken van het coronavirus immuniteit opgebouwd? Of is herinfectie mogelijk?

Hoewel er nog onvoldoende evidentie beschikbaar is en we momenteel nog geen testen beschikbaar hebben om de antilichamen te meten, zullen de meeste personen ten minste een kortetermijn-immuniteit opbouwen na het doormaken van coronavirusziekte (COVID-19). Men kan echter nog vatbaar zijn voor een ander type coronavirus-infectie. Bovendien kan het huidige virus muteren, net zoals het influenza virus elk jaar. Vaak muteert het virus voldoende, zodat men opnieuw vatbaar wordt.

Mag ik een NSAID voorschrijven voor patiënten met vermoeden van COVID-19?

Heden is er geen wetenschappelijk onderbouwd bewijs dat het gebruik van NSAIDs tijdens een actieve COVID-19 infectie een nadelig effect heeft op verloop en outcome van de infectie. Gezien dit gebrek aan evidentie kan het gebruik van NSAIDs niet worden afgeraden. Het is echter niet de eerste keuze en vermits er voor de behandeling van koorts en pijn een goed alternatief is, namelijk Paracetamol, wordt er uit veiligheidsoverwegingen toch aangeraden preventief geen NSAID’s te gebruiken bij deze patiëntenpopulatie. Patiënten die chronisch NSAIDs gebruiken, moeten dit gebruik niet onderbreken. Indien ze een infectie krijgen met COVID-19 of hier symptomen van beginnen vertonen, moeten ze een arts contacteren die de voor- en nadelen van het verderzetten van het NSAID voor hen kan afwegen. 

Meer info en referenties, vindt u hier